Nieuwsbrief
 
Groene man

In het bos zult u hem niet meer tegenkomen, de Groene Man, daarvoor zijn onze bossen te klein en te gecultiveerd. Maar vroeger waren de wouden nog angstaanjagend.  Ze vormden een bijna ondoordringbare hindernis voor onzekere reizigers. Ze voelden zich bekeken. Sommigen dachten hoofden te zien, sinister of vrolijk, omringd door groen, waarbij uit gezichtsopeningen, meestal de mond, takken en bladeren groeiden.
De oude Grieken, Romeinen en Kelten kenden de Groene Mannen al, ze werden regelmatig afgebeeld op wegwijzers. Maar soms komen ze ook buiten Europa voor.
De  Groene Mannen staan voor vruchtbaarheid, groei en mannelijke potentie, wordt gezegd. Maar anderen menen dat ze staan voor de overgang tussen werelden op de scheidslijn van binnen en buiten of tussen het heilige en zeer heilige.

Vanuit de geïllumineerde manuscripten uit de Middeleeuwen wordt de Groene Man bekender in onze streken. De van afkomst keltische ingewikkeld gegolfde en draaiende lijnen die de handschriften soms versierden, doen denken aan de groei van planten, maar soms kun je er ook een hoofd (of dierenkop) in zien. In Frankrijk komen die koppen als versieringsmotief voor het eerst uit ‘de boeken’ in de twaalfde eeuw, wanneer de Gotische bouwstijl populair wordt. Je vindt dan Groene Mannen omringd door bladeren en groeisels uit hun mond vooral op buitengevels van kerken, en /of binnen in de kerk, op consoles en bijvoorbeeld als sluitsteen van een gewelf, soms zo hoog dat ze nauwelijks zichtbaar zijn.

De Franse architecten waren toen zeer in trek in Engeland en in de rest van Europa en de Groene Mannen reisden, samen met de nieuwe bouwstijl, met hen mee. Eerst waren de gezichten nog vrij uitdrukkingsloos maar het duurde niet lang tot dat iedere beeldhouwer, houtsnijder of muurschilder zijn fantasie de vrije loop liet. Zelfs geschilderde afbeeldingen van Christus als ‘Groene Man’ komen voor, met een krans van groene bladeren in plaats van een doornenkroon.

In Engeland zijn er nog veel Groene Mannen, zoals dit versieringsmotief sinds 1839 wordt genoemd, te vinden. Alleen al in de Rosslyn Chapel (uit The da Vinci Code) zijn er meer dan honderd. Maar ook in Nederland hebben er enkele de eeuwen overleefd, zoals in Zwolle en in Deventer in de Lebuïnus kerk.

We zitten er warmpjes bij

Het is winter in Zaandam, zo’n 300 jaar geleden. Het is koud tijdens de ‘Kleine IJstijd’. Binnen kruipen de mensen bij elkaar, rond de open haard of kachel, de belangrijkste plek in huis. Hier worden de gasten ontvangen. En wanneer je vermogend bent geworden als handeldrijvende schipper wil je je rijkdom graag laten zien. Het bezit van een tegelkachel was daarvoor in Zaandam de aangewezen manier.
Het was een indrukwekkend prestige object, bekleed met tegels geïmporteerd uit Noord-Duitsland. Daar, en in Scandinavië vinden we vaker tegelkachels, met name bij de adel. Zelfs tsaar Peter de Grote liet ze installeren.

Wat later raakten deze kachels uit de mode en liet men liever een ‘smuiger’ installeren. Dit is een inbouw in de schoorsteen die nog lager rook en vonken vangt, en daarnaast een blikvanger.  Want het geheel was natuurlijk weer rijk betegeld.

De schrijvers  van ‘Halve Engelen’ zijn naar aanleiding van de zeldzame vondst van fragmenten van kacheltegels in Zaandam op zoek gegaan naar het waar en wanneer, het hoe en waarom van tegelkachels in deze stad. ‘Halve Engelen’  leest bijna als een detective.

Tegels werden vaak gebruikt in het interieur. Ze waren practisch en maakten een ruimte gezellig.
 




Bezig met laden...
  1  2