(Artikelnr: 9789068367607)

Over leven aan de rand van Gouda.

Dijkstra J., M.C. Houkes en S. Ostkamp (eds).

Slappe kaft. 498 p. Rijk geïllustreerd. ADC  Rapport 1770 . ADC ArcheoProjecten 2010.

Met bijdragen van:
M.C. Houkes, J. Dijkstra, F.S. Zuidhoff, S. Ostkamp, J.A.A. Bos, C. Moolhuizen,     M.T.I.J. Bouman, L.Haaring, E. Esser, B. Beerenhout, M. Rijkelijkhuizen, T. Hakbijl,       H. van Haaster, E. Esser, B. Beerenhout, T. Hakbijl, K. Maesen.

Inhoud:
1: Het archeologisch onderzoek op het voormalige gasfabriekterrein in Gouda.
2: Landschap en vegetatie.
3: Sporen en structuren,
4: De materiële cultuur,
5: Archeobotanisch onderzoek,
6: Dierlijke resten,
7: Fysisch antropologisch onderzoek,
8: Synthese en beantwoording van de onderzoeksvragen.

ADC ArcheoProjecten heeft in het voorjaar van 2008 een Archeologische Begeleiding en een Opgraving uitgevoerd in het plangebied 'Bolwerk' te Gouda. Samen met de beschikbare historische gegevens kon de geschiedenis van dit gebied in Gouda en haar bewoners worden gereconstrueerd. De onderzochte terreinen  werden in de eerste helft van de 14de eeuw in gebruik genomen door ambachtslieden die zich langs de Gouwe vestigden. Aanvankelijk bevonden zich hier 6, later 7 percelen. Op de achtererven bevinden zich vooral mest- en afvalkuilen. De vondsten hieruit wijzen erop dat hier in elk geval een leerlooier en een touwslager gevestigd waren. Op of nabij deze locatie waren ook een stoffenverver en een pottenbakker werkzaam. In de tweede helft van de 14de eeuw is er een Leprooshuis op dit terrein. Na 1408 wordt het grootste deel ingenomen door het nonnenklooster Sinte-Marie. Er zijn sporen gevonden van de stadsbrand in 1438 waarbij delen van het klooster werden verwoest. Hierna vindt grootschalige her- en nieuwbouw plaats. Vondsten die te relateren zijn aan het klooster zijn o.a fragmenten van pijpaarden sculpturen en benodigdheden voor het spinnen van wol en het vervaardigen van waskaarsen. UIt de archeologische gegevens blijkt dat het klooster in de loop van de 16de eeuw in verval raakt. In 1572 kiest Gouda de zijde van de prins van Oranje en omstreeks 1574 legt de stad beslag op alle inkomsten en goederen van het klooster. een klein deel wordt in gebruik genomen als begraafplaats. Waarschijnlijk werden er vanaf 1598 proveniers (ouden van dagen) opgenomen. Vanaf het eind van de 17de eeuw vindt er weer nieuwbouw plaats en wordt er tevens opnieuw een Leprooshuis gevestigd. Dit bleef bestaan tot 1735, daarna werd dit gebouw in de boeken van Gouda aangeduid als Proveniershuis. Het werd in 1805 opgeheven. Verschillende beerputten dateren uit de periode dat er leprozen en proveniers op dit terrein woonden.  De vondsten hieruit (aardewerk, kleipijpen en voedselresten) geven samen een beeld van een redelijk arme groep bewoners. De leprozen en proveniers waren immers vooral afhankelijk van anderen. Luxeproducten zoals glas en importen ontbreken bijna volledig. Hoewel er nauwelijks vondstgroepen zijn geborgen die bestaan uit ambachtelijk afval, levert het B-keus aardewerk en het grove materiaal van de pijpen wel een belangrijke bijdrage aan ons beeld van Gouda als productieplaats van kleipijpen en aardewerk. Ze geven inzicht in een segment van de lokale productie waarbij men er tot op heden van uitging  dat dit grove materiaal niet in Gouda, maar in secundaire productiecentra als Gorcum en Schoonhoven werd gemaakt. Gouda was omstreeks  het midden van de 17de eeuw een van de belangrijkste leveranciers van kleipijpen maar ook van rood- en witbakkend gebruiksaardewerk. Hoe dit er uit zag  was tot nog toe  bijna onbekend. De vondsten van het 'Bolwerk' bieden een eerste aanzet tot het herkennen van specifiek Goudse producten. Vrijwel alle vondstcomplexen zijn te relateren aan de periode voor 1735 toen het Proveniershuis werd verbouwd en dateren nauwelijks uit de periode tussen 1735 en 1853. In 1853 werd op dit terrein een gasfabriek gebouwd.
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 35,00 € 17,50
Aantal: Bestellen

Voorraad