(Artikelnr: ISSN 1873829x-72)

Sporen uit de vroege ijzertijd en een linie uit operatie Market Garden in het Lentseveld. Archeologische Berichten Nijmegen Rapport 72 

J. Hendriks en P. van den Broeke (red) 

Paperback, 198 pp. Geïllustreerd 2019 
 
De toevallige vondst van enkele vroeg-middeleeuwse crematie- en inhumatiegraven in mei 2011 bij grondwerkzaamheden in het Lentseveld, ten noorden van het dorp Lent (Nijmegen-Noord), was de aanleiding tot een bijzonder archeologisch onderzoek.

Omdat Waalsprong-vindplaats 114 deel uitmaakt van de nieuwbouwwijk Laauwik was het niet meer mogelijk de aangetroffen resten in situ te behouden. Bureau Leefomgevingskwaliteit | Archeologie van de gemeente Nijmegen heeft derhalve tussen augustus 2011 en maart 2015 twee proefsleuvenonderzoeken en twee opgravingen uitgevoerd om de resten in veiligheid te brengen.

Hierbij is niet alleen een klein en relatief gaaf Merovingisch grafveld uit de 6e eeuw na Chr. opgegraven, maar ook een sporencluster uit de vroege ijzertijd en een deel van een linie van schuttersputten uit de Tweede Wereldoorlog. In dit rapport staan alleen de sporen en vondsten centraal die binnen de context van het grafveld zijn opgegraven; aan het Merovingische grafveld zelf, een vondst van (inter)nationaal belang, wordt een separaat standaardrapport gewijd.

De ondergrond van het plangebied is gevormd uit zandige meanderafzettingen, waarop vanaf ca. 1500 voor Chr. een pakket met licht kleiige oeverafzettingen is gesedimenteerd. Dit vormde de basis voor de vroegste bewoners van het Lentseveld, die hier vanaf de vroege ijzertijd woonden. Het cluster met afvalkuilen en een waterkuil uit deze periode lag vermoedelijk in de periferie van een nederzetting, die honderden meters verderop gelegen kan hebben. De kuilen waren rijk gevuld met onder andere fragmenten van handgevormd aardewerk, door verhitting gebroken natuursteen en dierlijk bot. In de noordwesthoek van terrein is uit vermoedelijk dezelfde periode tevens een strooiing van gebroken steen aangetroffen, die als plaveisel kan hebben gefunctioneerd. Meest opzienbarend is het miniatuurpotje met pseudo-schrifttekens uit kuil S17.2. Het voorwerp dateert uit de eerste helft van de vroege ijzertijd en is met deze ouderdom voor onze streken – en zelfs het hele gebied ten noorden van de Alpen – uitzonderlijk in zijn soort.

Na de vroege ijzertijd duurt het ongeveer een millennium voordat er weer activiteiten in het Lentseveld ontplooid worden. Het gaat dan om bijzettingen in het reeds genoemde 6e-eeuwse grafveld. Van de bijbehorende nederzetting zijn helaas geen resten aangetroffen. De Merovingische dodenakker werd vermoedelijk snel vergeten en lijkt in de loop van de vroege en volle middeleeuwen behoord te hebben tot het bouwland van een omgreppelde vroonhoeve ten zuidwesten van het grafveld. Deze situatie veranderde niet tijdens de latere middeleeuwen en nieuwe tijd. Het duurt tot in de 19e of vroege 20e eeuw voordat de eerste bewoningssporen, in de vorm van kuilen en waterputten, op het onderzochte terrein verschijnen.

De jongste sporen en vondsten zijn van een heel andere aard: een gedeelte van een linie van schuttersputten, bestaande uit twee rijen ronde kuilen in een alternerend patroon. Ze zijn zeer waarschijnlijk aangelegd tijdens operatie Market Garden door paratroopers van het Amerikaanse 504ᵗʰ Parachute Infantry Regiment op de avond van 20 september 1944. De geallieerden voerden mede vanuit deze line hun strijd om het behoud van het Lentse bruggenhoofd. Ook een Duitse schuttersput en een bomkrater zijn de stille getuigen van het oorlogsgeweld uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog.
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 27,50
Aantal: Bestellen

Voorraad