(Artikelnr: ISSN 1873 829x 50)

Opgravingen op de Hessenberg 2. Archeologische Berichten Nijmegen deel 2

Femke de Roode, Carmen Harmsen

Paperback, 544 pp. rijk geïllustreerd.

Archeologisch en bouwhistorisch onderzoek op de Hessenberg heeft veel nieuwe inzichten gegeven in de bewoningsgeschiedenis van dit deel van de binnenstad van Nijmegen. Deze publicatie omvat de sporen en vondsten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd.
Het aardewerk uit bestudeerde cultuurlagen en verspitte bewoningssporen dateert uit zowel de vroege als de volle middeleeuwen en wijst op een toename van menselijke activiteiten op het terrein in de volle middeleeuwen. De planning en aanleg van de stadsgracht / -wal in de late 12e / begin 13e eeuw en de vóór 1300 uitgegeven kavels ten zuiden van de Lange Hezelstraat zijn een stimulans geweest voor verdere bewoningsactiviteiten en huizenbouw. De huizenbouw concentreerde zich echter aan weerszijden van de Lange Hezelstraat, waar vanaf het einde van de 13e eeuw grote, vrijstaande dwarshuizen werden opgetrokken.
In 1335 wordt op de top van de Hessenberg nabij de stadsmuur een markant stadskasteel gebouwd, dat in 1380 wordt geschonken aan begijnen. Het begijnhuis Hessenberg zal als Franciscanessenklooster in de 15e eeuw uitgroeien tot het grootste en, na het klooster Maria Magdalena, ook het rijkste en meest aanzienlijke klooster in de stad. Het andere, maar veel kleinere klooster Bethlehem is in de 15e eeuw ontstaan uit het samengaan van de begijnhuizen Sprongshof en Bethlehem.
In 1420 wordt een perceel met huis geschonken om op de flank van het hellende terrein in 1426 een kapel te bouwen : de Onze Lieve Vrouwekapel. Kort na 1450 kwam de kapel in het bezit van het klooster Hessenberg en werd deze met een nieuwe vleugel verbonden met het hoofdgebouw. De kapel zal veel op de Mariënburgkapel hebben geleken. Behalve deze verbindingsvleugel werden er in de tweede helft van de 15e eeuw meer vleugels gebouwd. Na verscheidene uitbreidingen ontstond uiteindelijk een U-vormige hoofdplattegrond met voorplein, gericht op de Hessenberggas en de Lange Hezelstraat. Zowel in de kapel als op het voorplein als op een klein binnenplein ten zuiden van de kapel werd begraven. De bewoners van het klooster en ook het weeshuis kregen een laatste rustplaats op de eigen begraafplaats.
Doordat kort na 1461 een andere religieuze vestiging werd verworven, het Cellebroeders- of Lollardenhuis (1412), werd het grondoppervlak van het klooster Hessenberg aanzienlijk uitgebreid met tuinen, een bleekveld en washuis.
Na 1580 was het met de rijkdom van het klooster gedaan en leefde de steeds kleiner geworden gemeenschap hoofdzakelijk van liefdadigheid. Met het overlijden van de laatste non in 1636 komt er een einde aan klooster en wordt het Arme Kinderen Weeshuis in delen van het voormalige kloostergebouw gevestigd. Verder waren er officieren en manschappen van het garnizoen gehuisvest. In de loop van de 17e eeuw kreeg het weeshuis beschikking over het gehele kloosterterrein. In het voormalige klooster Bethlehem wordt in 1620 de eerste spinnerij gevestigd, en heet vanaf dan Spinhuis. Hiermee begon een reeks van elkaar opvolgende textielondernemingen die steeds weer mislukten. De arbeidskracht van de weeskinderen werd geëxploiteerd door ze – zonder vergoeding – te werk te stellen in het Spinhuis. In 1817 maakt het Arme Kinderen Weeshuis plaats voor het Rooms Katholieke Weeshuis, dat tot 1953 blijft bestaan.

 
Preisinformationen:
Preis pro Stück:
€ 72,50 € 48,00

Verfügbarkeit