(Artikelnr: ISSN 1873 829x 32)

Proefsleuven in het plangebied Laauwik te Nijmegen-Noord (1) ABNij 32

Christian van der Linde, Judith van der Leije en Minja Hemminga

Paperback, 128 pp. Archeologische Berichten Nijmegen, Rapport 32. 2012.

Met bijdragen van:
J.A. den Brave, P.W. van den Broeke, A.A.W.J. Daniël, S. Heeren, J. Hendriks, E. Heunks, D.J. Huisman, I.M.M. van der Jagt, S. Knippenberg, S.M.E. van Lith, L. Meurkens, R.W. Reijnen.

In het Betuwse gedeelte van de gemeente Nijmegen wordt de Waalsprong gerealiseerd. Voorafgaand aan de ontwikkeling van nieuwbouw worden de terreinen die in potentie van archeologische waarde zijn onderzocht door een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). Dit rapport toont de resultaten van het onderzoek op vijf terreinen in het deelgebied Laauwik, ten noorden van het dorp Lent.
 
Vindplaats 30/77 is grotendeels gelegen op de westelijke oever van een restgeul. Hier zijn de bewoningssporen van een inheemse nederzetting uit de Romeinse tijd aangetroffen, waaronder delen van een rechthoekige structuur, kuilen en greppels. De geul was ten tijde van de nederzetting niet meer actief, maar kan als een drassige laagte een specifieke functie hebben gehad binnen het toenmalige cultuurlandschap. De vondsten wijzen op bewoning in de 1e en 2e eeuw na Chr. Bijzonder is vooral de vondst van een zevental bronzen plaatjes met aan één zijde opleg van bladgoud.
 
Op het centrale deel van vindplaats 76 – tevens hoger gelegen in het landschap – zijn de resten van enkele huizen of bijgebouwen aangetroffen. In de directe omgeving bevinden zich verschillende kuilen, die duidelijk wijzen op de aanwezigheid van een nederzettingsterrein, vermoedelijk uit de late bronstijd of vroege ijzertijd.
 
Vindplaats 68/E betreft het grootste onderzoeksterrein binnen het deelgebied Laauwik. Op grond van het vondstmateriaal uit de grondsporen kan gesteld worden dat ten minste een deel daarvan uit de vroege ijzertijd dateert. De aanwezigheid van vermoedelijk een oventje maakt bewoning in de omgeving van de vindplaats aannemelijk. Tevens is een bijzondere munt uit de eerste helft van 12e eeuw aangetroffen.
 
De meeste opvallende vondst van project Nla4 is een enkelsnijdend zwaard met een lengte van 66 cm, aangetroffen in een Duitse loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog. Daarbuiten heeft het onderzoek op dit terrein geen noemenswaardige resten opgeleverd.
 
Ook bij het onderzoek van project Nla5 zijn nauwelijks intacte resten aangetroffen, ondanks de aanzienlijke hoeveelheid vondstmateriaal uit verschillende perioden. Dit kan deels te maken hebben met de vele verstoringen op het terrein, waaronder het voorkomen van verblauwing als gevolg van reductie. Naar de oorzaak van het fenomeen van verblauwing heeft aanvullend geochemisch en micromorfologisch onderzoek plaatsgehad.
 
Alleen de vindplaatsen 30/77, 76 en 68/E zijn ieder voor een (groot) gedeelte als behoudenswaardig beoordeeld.

Vindplaats 30/77 (Nla 1):
Op de westelijke oever van een restgeul zijn bewoningssporen uit de Romeinse Tijd aangetroffen, waaronder de resten van een huisplattegrond, kuilen en greppels.
Vindplaats 76 (Nla 2):
Op een greppel uit de Nieuwe Tijd in put 11 na zijn veel van de aangetroffen sporen op basis van het vondstmateriaal in de Late Bronstijd of Vroege IJzertid te dateren.
Vindplaats 68/E (Nla 3):
Tenminste een deel van de sporen dateert uit de Vroege IJzertijd.
Project Nla 4:
Er is slechts één spoor aangetroffen met een datering ouder dan de Nieuwe Tijd.
Project Nla 5:
Hoewel er in verschillende van de aangelegde werkputten een aanzienlijke hoeveelheid vondsten verzameld is uit de Prehistorie, Romeinse Tijd en de Middeleeuwen is er op deze onderzoekslocatie slechts één spoor gevonden ouder dan de Nieuwe Tijd.
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 19,50 € 12,00

Voorraad